(We shoppen op internet.)
Nous ........ .

(Astérix is de held in een stripverhaal.)
Astérix est ........ héros dans une bande dessinée.
(Pauline zegt: 'Ik ben geboren in Quebec (stad).')

(Chantal bestelt twee glazen rode wijn.)
Chantal commande deux ........ de vin rouge.
un verre = een glas
un ver = een worm, des vers = wormen
une glace = een ijsje; de la glace = ijs
la graisse = het vet