(Zij haasten zich om naar de carnavalsoptocht te gaan kijken.)
Elles ........ aller regarder le défilé de carnaval.
Savais-tu que les assiettes que tu as ........ (gezet) sur la table viennent de ton arrière-grand-mère?
Fric en pognon zijn in informeel taalgebruik allebei synoniem aan ........ .
Wat betekenen de vetgedrukte woorden?
Une tarente semble collée au mur.