Hoe zeg je : Ik hou niet van tomaten.
Je n’aime pas des tomates.
Je n’aime pas de tomates.
Na een ontkenning komt altijd 'de'.
Voorbeeld: tu ne prends pas de tomates?
Maar niet na: aimer (houden van), préférer (voorkeur geven aan), détester (een hekel hebben aan), adorer (erg dol zijn op). Na deze werkwoorden gebruik je het gewone lidwoord.
Bijvoorbeeld: Non, je n'aime pas les frites. Elle ne déteste pas les chiens.
En dan slaat het ook op alle tomaten, honden etc.
Zie ook de pagina
ontkenning.