Een boswachter schrijft in zijn rapport: "Quelques personnes ........ (zijn naar binnen gegaan) dans la cabane."

Hoe zeg je "Je broer moet het ook weten"?
Ook correct is: Ton frère aussi doit le savoir OF Il le lui faut savoir aussi.
In het Frans wordt een noodzaak vaak uitgedrukt met 'il faut que' gevolgd door een werkwoord in de subjonctif.
Ook geldt hier de regel 'als er een heel werkwoord in de zin staat, moet het persoonlijk voornaamwoord als lijdend of meewerkend voorwerp direct vóór dat hele werkwoord staan'.
Nederlanders 'gooien wel eens het bijltje erbij neer'.
Fransen doen dan iets anders, namelijk:
Letterlijk: Fransen 'gooien dus een spons weg'. Het is zoiets als de uitdrukking 'de handdoek in de ring gooien'. Une serviette éponge' is een handdoek waarmee je jezelf afdroogt. De Franse uitdrukking is afkomstig uit de bokssport. Om aan te geven dat men de partij gewonnen gaf, gooide de trainer een spons in de ring.
Garder les apparences = de schijn ophouden.
Bloquer le ballon = de bal stoppen (bij balspelen).
Tirer la langue = je tong uitsteken, om iemand belachelijk te maken (wordt voornamelijk gebruikt bij kinderen)
Tirer la langue heeft ook een andere betekenis, die van moe zijn, eigenlijk moe van iets langs en vermoeiends: à 65 ans, il tirait un peu la langue et avait hâte d'atteindre l'âge de la retraite. Bovendien: als je iemand bespot, uitdaagt: 'Il m'a tiré la langue!'
Ah, ce n’est pas agréable de passer des vacances avec lui : il ne fait que ........ (mopperen, klagen).
Welk van deze werkwoorden heeft EEN ANDERE BETEKENIS ?
rouspéter, râler, se plaindre = mopperen, zich beklagen
roucouler = kirren, tortelen, koeren (le chant des tourterelles = duifjes)