Elle a deux robes ........ (oranjekleurige).




orange





oranges
Omdat het bijvoeglijk naamwoord een kleur aangeeft die is afgeleid van een zelfstandig naamwoord (une orange, een sinaasappel) past het zich niet aan aan het zelfstandig naamwoord.
orange = oranjekleurig
Elle a une chemise abricot. Elle a deux pantalons couleur pomme.
Uitzonderingen zijn 'rose' en 'mauve'. Deze passen zich wel aan.
Zie ook de pagina
vorm bijv. nw..
(Uiteindelijk zal dit mooie huis verkocht worden.)
Enfin, cette belle maison ........ .





sera vendue




est à louer





est à vendre




est louée
Letterlijk: sera vendue = zal worden verkocht. Être betekent hier 'worden'.
'est à vendre' = staat (nu) te koop.
te huur = à louer
te koop = à vendre
verkocht = vendu; la maison a été vendue.
verkopen = vendre
verhuurd = loué(e)
Het huis is verkocht (transactie afgerond): La maison a été vendue.
Zie ook de pagina
voltooide tijd.