MOB-versie | Naar grote versie






Antwoorden van 25-04-2019 (niveau 3)



eerdere test 25 APR latere test
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 3 hebben de test van 25-04-2019 zo ingevuld:



Mannelijk of vrouwelijk ('un' of 'une')?

 

een obstakel = ........ obstacle

La langue ne devrait jamais être ........ obstacle à la communication.


23 % (afgerond)une
77 % (afgerond)un 

La langue ne devrait jamais être un obstacle à la communication = Taal zou nooit een obstakel moeten zijn in de communicatie.

Zie ook de pagina onbepaald lidwoord.



(Men heeft het nummer van Stromae opgenomen op een magneetband.)

On a enregistré la chanson de Stromae sur ........ magnétique.


11 % (afgerond)un lien
80 % (afgerond)une bande 
2 % (afgerond)un rapport
7 % (afgerond)un bandeau

un bandeau = een (hoofd) band
un lien, un rapport = een verband, een relatie

Zie ook de pagina meervoud regelmatig.



Je vais mettre la robe ........ j´ai achetée hier. 

 

 


5 % (afgerond)qui
80 % (afgerond)que 
2 % (afgerond)dont
13 % (afgerond)laquelle

Vertaling: Ik ga de jurk aantrekken die ik gisteren heb gekocht. Que verwijst naar de jurk, lijdend voorwerp. 'Achetée' (+e, want vrouwelijk) verwijst naar het lijdend voorwerp 'la robe' dat voorafgaat.
'Qui' en 'Que' zijn ofwel:
Vraagwoorden: Qui vient là? Que vois-tu? ('qui' voor personen en 'que' voor zaken)
ofwel Betrekkelijke voornaamwoorden: La fille qui est malade. Le monsieur que tu regardes est anglais. ('qui' als onderwerp en 'que' als lijdend voorwerp).
'qui' wordt gebruikt als onderwerp in de bijzin; la fille qui travaille.
'dont' wordt gebruikt als er voor het betrekkelijk voornaamwoord 'de' staat; bijv. la fille dont je parle ( het meisje waarover ik praat).
'laquelle' wordt gebruikt na een voorzetsel en slaat terug op dingen; la villa dans laquelle j'habite.

Zie ook de pagina betrekkelijk vnw..



(Mijn broertje is erg lichtgelovig.)

Mon petit frère est très ........ .




27 % (afgerond)croyant
1 % (afgerond)croissant
69 % (afgerond)crédule 
3 % (afgerond)chrétien

chrétien(ne) = christelijk
croissant(e) = groeiend, toenemend (van croître).
le croissant = de 'wassende, toenemende maan'. Hiervan is de naam van het broodje 'croissant' afgeleid.
croyant(e) = gelovig

Zie ook de pagina vorm bijv. nw..



TOTAALRESULTAAT:
76% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)