On va faire tapisserie?
Wat betekenen de vetgedrukte woorden?
Op een poster in een café:
Le ........ est arrivé!
Patrick va t’aider, afin que tu ........ terminé à temps.
'Terminer' wordt vervoegd met 'avoir'.
De aanvoegende wijs of subjonctif wordt gebruikt na een aantal voegwoorden, onder andere na: afin que, avant que, pour que, bien que en sans que. Hier zou ook een vorm zonder avoir hebben kunnen staan, meer gebruikelijk in spreektaal, dus: 'afin que tu termines à temps.'
'as' is tegenwoordige tijd (tu).
'sois' is subjonctif (van être)
'es' is tegenwoordige tijd (van être)
Vertaling: Patrick zal je helpen (of: 'gaat je helpen') zodat je op tijd klaar bent (je werk hebt beëindigd).
Zijn verjaardag valt dit jaar op een maandag.
tomber = vallen. In deze uitdrukking kan zowel geen voorzetsel als het voorzetsel 'sur' worden gebruikt.
chuter = vallen in de betekenis van 'zakken, dalen' zoals in: les prix chutent, les notes (cijfers) de l'élève chutent.
expirer = aflopen, eindigen