MOB-versie | Naar grote versie



bezittelijk vnw.

le pronom possessif

Het bezittelijk voornaamwoord zegt iets over 'bezit'. Het bezittelijk voornaamwoord past zich aan aan het zelfstandig naamwoord dat er achter staat.

 

Nederlands mannelijk vrouwelijk meervoud
mijn mon ma mes
jouw ton ta tes
zijn/haar son sa ses
onze/ons notre notre nos
jullie/uw votre votre vos
hun leur leur leurs

 

Bijvoorbeeld:

  • C'est mon frère.
    Dat is mijn broer.
  • C'est ta bicyclette?
    Is dat jouw fiets?
  • C'est son chien.
    Het is zijn/haar hond.
  • C'est sa maison.
    Het is zijn/haar huis.

 

De bezittellijke voornaamwoorden ma, ta, sa worden mon, ton, son als ze worden gevolgd door een zelfstandig naamwoord met een klinker of een stomme 'h'.

 

Bijvoorbeeld:

  • C'est mon amie.
    Dat is mijn vriendin.
  • C'est son idée.
    Het is zijn/haar idee.

 

Het bezittelijk voornaamwoord kan ook zelfstandig worden gebruikt. In het Nederlands heb je dan de mijne, de zijne etc.

Nederlands mannelijk vrouwelijk meervoud mnl meervoud vrl
de mijne le mien la mienne les miens les miennes
de jouwe le tien la tienne les tiens les tiennes
de zijne / de hare le sien la sienne les siens les siennes
de onze le nôtre la nôtre les nôtres les nôtres
de uwe le vôtre la vôtre les vôtres les vôtres
de hunne / de hare le leur la leur les leurs les leurs

 

Bijvoorbeeld:

  • Il est à qui ce stylo? C'est le mien.
    Van wie is deze pen? Het is de mijne.
  • C'est ma voiture et voici la sienne.
    Dit is mijn auto en dat de zijne.





Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel



Martin van Toll Producties
in samenwerking met
Fundgrube Deutsch